4 juni 2020

Biodiversiteit, wat is dat eigenlijk?

De kranten staan er vol van, maar wat is de betekenis eigenlijk van biodiversiteit. Het woord is samengesteld uit twee delen, het Griekse ‘bios’ dat ‘leven’ betekent en het van oorsprong Franse ‘divers’ dat ‘verschillend’ betekent. Daarmee is het woord zelf al een uiting van zijn betekenis: verscheidenheid in leven. En dat maakt het wel zo leuk. Je kan tijdens je vakantie (Griekenland of Frankrijk), verschillende dingen eten, bijvoorbeeld gyros of coq au vin en bijzondere dingen doen zoals de Griekse sirtaki of een Franse menuette dansen. Niet alleen voor het vinden van een vakantiebestemming, lekker uit eten of vrijetijdsbesteding is verscheidenheid de moeite waard. Ongemerkt pik je ook nog overal iets op dat je in je eigen voordeel kan gebruiken. 

Verscheidenheid maakt sterk

Ook voor de natuur is het belangrijk dat er verscheidenheid is. Alleen door verscheidendheid in landschap, flora (planten) en fauna (dieren) kunnen alle levensvormen elkaar in stand houden. De mens is ook maar een beestje en dus afhankelijk van andere levensvormen voor zijn voortbestaan. Met de boter, kaas en eieren die we dagelijks op een boterham doen maken we gebruik van tal van planten en dieren. De koe, kip, een grasland en een tarweveld zijn de eenvoudig zichtbare vormen daarvan. Maar we houden van een veelzijdig menu, met verschillende soorten vlees, groente, fruit en noten. Alle dagen hetzelfde eten is niet alleen saai, het is ook ongezond. Een grote supermarkt is praktisch maar een dagje winkelen in de stad waarderen we meer. Allemaal winkeltjes met hun eigen assortiment, net dat ene kledingstuk dat anders is of verse ingredienten voor een heerlijke maaltijd. Als er veel verschillende dingen te halen zijn, zullen er veel verschillende mensen op af komen en dat vinden we doorgaans gezellig. Blijkbaar hebben we de behoefte aan verschillende manieren van leven om ons heen. Dat is voor ons een goede manier om ons te onderscheiden en dat kan alleen als er verscheidendheid is.

Soorten

Op ons park hebben we verschillende biotopen, gebieden om in te leven. Velden met kort gemaaid gras, bossages met bomen en struiken, een vijver, een bloemenweide, bomen op een grasveld, sloten, boomgaarden met noten en fruit en natuurlijk de vele tuintjes die naar ieders eigen fantasie en beleving zijn ingericht. Iedere biotoop krijgt zijn eigen waardering en gebruik. BBQ-en in de eigen tuin, appels plukken in de boomgaard, tuinafval storten in de houtwallen, bloemen plukken in de weide of ontspannend wandelen over de grindpaden langs de vijver. In iedere biotoop zal je soorten vinden die het op dat ene plekje het beste doen, dat worden de kensoorten of indicatorsoorten van die biotoop genoemd. De BBQ-er kom je binnen de omhaagde biotoop van zijn eigen volkstuin tegen, een bierdrinker op het terras van de kantine, een mol in de grasvelden en de winterkoning in de houtwallen. Kortom: kenmerkende soorten vind je overal. Als de omstandigheden veranderen is het belangrijk dat er dieren en planten overblijven die hierop voorbereid zijn en door kunnen leven. Het behouden van verscheidendheid is dus belangrijk om op een veranderende toekomst voorbereid te zijn.

Eenvormige velden

De mens heeft het Nederlandse landschap en natuur erg naar zijn hand gezet de laatste eeuw. Hierdoor konden we voldoende voedsel produceren voor de groeiende bevolking, werden de steden groter om in te wonen en konden we over asfalt naar ons werk. Gelijktijdig werd het hierdoor wel eentoniger in ons land. Vroeger kende iedere regio zijn eigen vee en fruitrassen die afgestemd waren op de lokale bodem en weersomstandigheden. Tegenwoordig kan de mens het land naar zijn hand zetten met bodemverbetering en drainage. De melkveestapel bestaat nu voor meer dan 95% uit één ras, de Holstein-Friesian koe. De groene velden waarmee deze koeien gevoerd worden bestaan ook uit een zorgvuldig gekweekt grasras, het Engels Raaigras. Kortom veel voor wat wij als groene natuur zien zijn eenvormige velden zonder biodiversiteit. 

Stadsnatuur

Het is inmiddels zelfs zo dat er meer verscheidenheid aan levensvormen in en rond de stad worden gevonden dan in de landbouw gebieden. Wegbermen, stadstuintjes en parken dragen daar aan bij. Ook onze volkstuinen maken onderdeel uit van deze belangrijke stadsnatuur. Hoe meer verschillende soorten er in een gebied leven, hoe beter ze elkaar in evenwicht houden. Dat evenwicht komt door eten en gegeten worden. Hoe blij zouden we zijn geweest als er een beestje was dat de buxusmot of eikenprocessierups had kunnen opeten. Die beestjes bestaan, maar hebben wel een gevarieerd landschap nodig om goed te kunnen leven. Met alle verschillende biotopen op ons park willen we ruimte geven aan verschillende soorten insecten, zoogdieren, vogels en micro-organismen. Dat maakt het leven van een tuinder wel zo makkelijk als alles zich een beetje in evenwicht houdt en niet één plaagdier de overhand krijgt.

Erik Slim

VTV Water-land in beeld